1984: Big Brother is watching you. 2017: Big Brother vraagt of u cookies accepteert.

DEBAT GENT: VOOR UW VEILIGHEID WORDT DIT GESPREK OPGENOMEN...

Is privacy een struikelblok in de strijd tegen terreur? De impact van de bijzondere opsporingsmethoden.

Op donderdag 14 december 2017 organiseerde de Liga voor Mensenrechten een debat over privacy, en meer specifiek over de impact van de wijzigingswet op de Bijzondere Opsporingsmethoden en de informaticarecherche. De aanwezige sprekers waren mevr. Charlotte Conings (advocate en experte inzake de wetgeving over bijzondere onderzoeksmethoden), dhr. Philippe Van Linthout (onderzoeksrechter in Mechelen) en dhr. Ronny Saelens (rechtskundig adviseur bij de Privacycommissie). Het gesprek werd gemodereerd door dhr. Johan Heymans (advocaat en lid van de Liga voor Mensenrechten).

Onder het mom van de strijd tegen terrorisme perkt de overheid ons recht op privacy steeds verder in. De autoriteiten krijgen dankzij deze wet verregaande opsporingsmogelijkheden, waarbij burgers, en onze zwaarbevochten rechten, niet voldoende beschermd zijn.

Zo is onder meer de wetgeving rond de telefoontap bijgewerkt naar de actuele realiteit van het gebruik van smartphones in de criminaliteit. Experten waarschuwen echter dat deze update veel meer inhoudt dan een gewone aanpassing aan een nieuwe technologie. De mogelijkheid om in real time te volgen wat er gebeurt op het scherm van iemands smartphone, zoals het typen van e-mails voor ze verstuurd worden of het bekijken van foto’s, bezorgt de opsporingsdiensten dan ook veel meer informatie dan enkel het afluisteren van telefoongesprekken.

Naast het uitbreiden van de onderzoeksmethoden, zorgt deze nieuwe wet eveneens voor een verschuiving van de bevoegdheden van de onderzoeksrechter naar het Openbaar Ministerie. Dit is mogelijks problematisch, omdat het Openbaar Ministerie als vervolgende en belanghebbende partij rechtstreeks in het proces betrokken is, terwijl de onderzoeksrechter als onafhankelijke en dus ook onpartijdige stem instaat voor het beschermen van de grondrechten en -vrijheden van de burgers.

De bedoeling was om aan het begin van het debat een filmpje te tonen over de “sleepwet” in Nederland. Omwille van technische moeilijkheden werd het enkel toegelicht maar u kan het hier terugvinden. De desbetreffende wet laat het massaal afluisteren van online-communicatie en het hacken van geautomatiseerde apparaten toe. Het filmpje toont aan dat 'ik heb niets te verbergen' niet hetzelfde betekent als 'de overheid mag alles weten wat er in mijn persoonlijke berichten staat'.

Net zoals bij de vorige debatten, werkte de Liga ook deze keer met enkele stellingen die de pijnpunten met betrekking tot het recht op privacy en de nieuwe wetgeving blootlegden.

Stelling 1: Politie- en inlichtingendiensten moeten meer en gemakkelijker toegang krijgen tot iemands persoonlijke data om zo potentiële terroristen op te sporen.

Stemming: De 3 panelleden onthouden zich. In het publiek stemmen enkelen voor, een paar onthouden zich eveneens, en de meerderheid van het publiek stemt tegen.

Johan Heymans lichtte deze stelling kort toe waarbij hij aangaf dat deze meer specifiek gaat over dataretentie. Dit is het bewaren van persoonlijke gegevens, ook metadata genoemd. Een voorbeeld: men gaat de objectieve gegevens die aan telefoongesprek verbonden zijn, opslaan, zoals het telefoonnummer en de locatie van de betrokkenen. De inhoud van het gesprek zelf wordt niet opgeslagen.

Johan Heymans legde verder uit dat het Europees Hof van Justitie dataretentie in haar rechtspraak aan banden legt. Zo oordeelde het Hof in zijn arrest van 21 december 2016 dat het Unierecht zich verzet tegen een nationale regeling die voorziet in algemene en ongedifferentieerde bewaring van de gegevens.

"Het massaal bewaren van alle metadata van alle Belgische burgers en dit gedurende twaalf maanden is volgens het Hof onaanvaardbaar"

Charlotte Conings reageerde hierop dat het niettemin belangrijk is dat gegevens moeten kunnen worden bijgehouden. Dit evenwel voor een beperkte periode. Anders zou het volgens haar heel erg moeilijk worden om misdrijven die volledig online gepleegd worden, nog aan de oppervlakte te brengen. Ze vond dat het Europees Hof toch een zeer verregaande beslissing heeft genomen door dataretentie te verbieden.

Ook Philippe Van Linthout gaf duidelijk aan het publiek mee dat hij sterk overtuigd is van het nut van dataretentie. De onderzoeksrechter stelde hierbij uitdrukkelijk dat hij het niet eens is met de rechtspraak van het Hof van Justitie hieromtrent. De dataretentie afschaffen zou volgens hem een zeer slechte zaak zijn voor de waarheidsvinding, want onderzoeksrechters gebruiken dat ook à décharge. Bovendien stelde hij meermaals dat er op dit moment geen alternatieven bestaan die toelaten dat de onderzoeksrechters hun werk kunnen doen zonder dat ze gebruik moeten maken van dataretentie.

Ronny Saelens van de privacycommissie daarentegen stelde dat hij het niet eens met zijn mede-panelleden wat betreft de Europese rechtspraak. Het Hof van Justitie is zeer consequent in haar rechtspraak. Hij verduidelijkte dat Hof van Justitie oordeelde dat metadata niet enkel zeggen waar en wanneer iemand zich bevindt maar dat die data ook een inkijk geven in iemand zijn persoonlijk leven. Hierbij stelde hij zich de vraag: 'achten we het maatschappelijk wenselijk dat al onze data worden bewaard?'.

Ook vanuit het publiek kwamen er zeer veel reacties. Zo merkte iemand uit het publiek het volgende op: "Het verzamelen van metadata voorstellen als iets onschuldig is problematisch.".

"Waarom moet je van iedereen zijn privacy schenden, als je slechts enkele criminele individuen wil klissen?", wierp iemand voor de voeten van de onderzoeksrechter. Daarnaast stelde iemand zich de vraag of de bewaarde data preventief gebruikt kunnen worden. Is die dataretentie wel echt nuttig om potentiële terroristen op te sporen? Verschillende rapporten wijzen immers uit dat de massale opslag van data slechts een minimaal voordeel heeft in de strijd tegen terrorisme.

"Waarom moet je van iedereen zijn privacy schenden, als je slechts enkele criminele individuen wil klissen?"

Tot slot merkte iemand nog op dat zulke wetgeving problematisch wordt op het moment dat de macht in handen valt van personen die het niet zo nauw nemen met de democratische grondwaarden.

De moderator concludeerde dat het laatste woord rond deze stelling zeker nog niet is gezegd en dat het debat hierover zeker en vast nog verder gevoerd zou moeten worden. Dit bleek ook uit het stijgende aantal onthoudingen die na een tweede stemming over de stelling op het einde van de discussie opdoken.

Stelling 2: Het is een goede zaak dat het Openbaar Ministerie steeds meer bevoegdheden krijgt die voorheen bij de onderzoeksrechters lagen.

De meerderheid van de zaal stemde tegen, hierin begrepen de drie panelleden. Een paar mensen onthielden zich.

De moderator kaderde deze stelling door aan te duiden dat voordien verschillende ingrijpende onderzoeksmaatregelen, zoals de zoeking in informaticasystemen, de tussenkomst van een (onafhankelijke en onpartijdige) rechter vereisten. Met de nieuwe wetswijzigingen volstaat het nu vaak om enkel de toestemming te hebben verkregen van de procureur des Konings. Dit is een partij aan het strafproces, en dus niet onpartijdig. In bepaalde gevallen is zelfs een autonome beslissing van politiediensten voldoende.

Charlotte Conings stelde dat er wel degelijk een trend is in de wetgeving waarbij de bevoegdheden van onderzoeksrechter steeds meer worden overgeheveld naar het Openbaar Ministerie. Zij gaf aan dat zij zeker geen voorstander is van deze trend. Mevrouw Conings meende dat een rechterlijke instantie nodig is om een onafhankelijk toezicht op het onderzoek te waarborgen.

"Een rechterlijke instantie is nodig om een onafhankelijk toezicht op het onderzoek te waarborgen"

Deze kan de belangen van de verdachte afwegen tegen het belang van de criminaliteitsbestrijding.

Ook onderzoeksrechter Van Linthout beaamde dit en stelde dat men in een democratisch probleem terecht zou komen wanneer men de onderzoeksrechter zou afschaffen en bijvoorbeeld zou vervangen door 'een rechter van onderzoek'. Dit is een rechter die, in tegenstelling tot een onderzoeksrechter, niet langer het onderzoek zelf gaat voeren, maar zich uitsluitend beroept op zijn rechtsprekende functie. Zijn taak bestaat erin om een beslissing te nemen over het al dan niet toelaten van bepaalde gevraagde – hij neemt dus niet langer zelf een initiatief – dwangmaatregelen, maatregelen die een inbreuk kunnen uitmaken op de fundamentele rechten en vrijheden van personen. Deze rechter is bijgevolg ontdaan van zijn onderzoeksbevoegdheden.

Volgens Van Linthout wil het Openbaar Ministerie, onder het mom van efficiëntie, alles zelf voorbereiden, de onderzoeksrechter zou enkel nog moeten tekenen voor de machtiging. Van Linthout vindt dit nefast aangezien hij van mening is dat een onderzoeksrechter pas kan oordelen wanneer hij de zaak van bij het begin mee volgt en kent. Enkel op die manier is een efficiënte en effectieve controle op de inbreuken van fundamentele rechten en vrijheden mogelijk.

Ronny Saelens bevestigde hetgeen zijn mede-panelleden verklaarden: Een onderzoeksrechter is van groot belang omdat deze als onafhankelijke en dus ook onpartijdige stem instaat voor het beschermen van de grondrechten en -vrijheden van de burgers.

Charlotte Conings wilde tot slot nog even reageren met betrekking tot de discussie rond de onderzoeksrechter en de rechter van het onderzoek. Het stoorde haar dat er momenteel in België twee types onderzoek zijn (het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek) die niet met dezelfde waarborgen worden omringd. Volgens haar is het gerechtelijk onderzoek, geleid door de onderzoeksrechter, een goed systeem waarin alle partijen voldoende rechten hebben. In het opsporingsonderzoek komt de controle van de onderzoeksrechter niet aan bod. Er is een trend waarbij steeds meer zaken mogelijk zijn tijdens het opsporingsonderzoek. Echter loopt deze uitbreiding van bevoegdheden niet gelijk op met het verstrekken van een aantal waarborgen. 'Het is belangrijk dat ook tijdens het opsporingsonderzoek een rechterlijke controle wordt ingebouwd om de fundamentele rechten en vrijheden te beschermen, hetgeen nu ontbreekt,' aldus mevrouw Conings.

Van Linthout reageerde hierop als volgt: "In plaats van de onderzoeksrechter af te schaffen, zou het onevenwicht tussen opsporingsonderzoeken en gerechtelijke onderzoeken gemakkelijk te remediëren zijn door mensen inzagerecht en bijsturingsrecht te geven. Als men dus regelt dat er ten gepaste tijde transparantie is, dan durft ik te verdedigen dat ik als onderzoeksrechter soms iets moet durven loslaten."

Johan Heymans besloot dat iedereen het er over eens is dat door de recente wetswijzigingen de bevoegdheden van de onderzoeksrechters steeds meer worden uitgehold en dat dit een kwalijke trend is. Uit het debat bleek duidelijk dat er nog steeds een groot draagvlak is voor het behouden van de figuur van de onderzoeksrechter. De scheiding der machten tussen de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht is een fundamenteel basisprincipe van onze democratische rechtsstaat en garandeert onze rechten en vrijheden. Dit principe staat door de recente wetswijzigingen op de helling. Verder merkte hij ook op dat er klaarblijkelijk te weinig efficiëntie is. Een mogelijke oplossing zou zijn om meer middelen ter beschikking stellen aan de onderzoeksrechters. Zo kan snelheid gecombineerd worden met de nodige waarborgen.

Na het debat over deze stelling, toonde een nieuwe stemming over dezelfde stelling aan dat enkele mensen die zich eerder onthielden de tweede keer toch tegen stemden.

Stelling 3: Het bekijken van de informatie op iemands gsm/laptop heeft eigenlijk evenveel, of zelfs meer impact op iemands privacy dan een huiszoeking. Daarom moeten deze maatregelen met dezelfde waarborgen omringd worden.

Met uitzondering van drie onthoudingen, was de meerderheid van het publiek het eens met deze stelling. Ook Charlotte Conings en Ronny Saelens stemden voor, Philippe Van Linthout onthield zich.

Mevrouw Conings beet de spits af door te verklaren dat sommige mensen onderschatten welke privacygevoelige informatie er allemaal op een gsm of computer te vinden is. Het feit dat de politie toegang zou hebben tot haar smartphone vindt zij veel indringender in haar privacy dan dat de politie bij haar een huiszoeking zou uitvoeren. Het evenwicht is volgens haar helemaal zoek.

Verder stelde ze zich ook andere vragen bij de nieuwe BOM-wet. In het kader van een huiszoeking bijvoorbeeld haalde ze aan dat de onderzoeksrechter eerst een bevel moet opmaken waarin de grenzen van de zoeking worden aangegeven. Niettemin krijgt de politie nu wel de autonome bevoegdheid om informaticasystemen uit te lezen én ze kunnen dit doen zonder enige grens die van hogerop wordt opgelegd. Zolang het niet duidelijk is hoe de nieuwe wetgeving geïnterpreteerd moet worden, voorziet de wet dus volgens mvr. Conings niet in voldoende waarborgen.

In tegenstelling tot mevrouw Conings, vond de onderzoeksrechter het moeilijker om over deze stelling een mening te hebben. Hij merkte hierbij op dat iedereen eigenlijk eerst zichzelf zou moeten opvoeden voor wat betreft onze privacy en dat mensen vaak niet doorhebben dat ze hun privacy opgeven door bijvoorbeeld verschillende zaken te installeren op hun smartphone. Hij meent dat burgers veel meer informatie prijs geven aan private bedrijven (dan aan de overheid) zonder dat zij hierbij stil staan.

Ronny Saelens voegde hieraan toe dat de Privacycommissie niettemin veel inzet op sensibilisering met betrekking tot wat mensen op hun smartphone plaatsen. 'Mensen communiceren nu op een andere manier, via de elektronische weg, en dat betekent dat ze kwetsbaarder zijn. Het is belangrijk dat mensen dat beseffen en dat ze daar zelf met de nodige omzichtigheid mee omspringen.'

Hij haalde bovendien aan dat de Privacycommissie van mening is dat een onderzoeksrechter in deze noodzakelijk is om in een aantal waarborgen te voorzien.

Bij deze laatste stelling, concludeerde dhr. Heymans dat iedereen zich er bewust van is dat ook het uitlezen van iemands gsm of laptop heel indringend zijn voor iemand zijn privacy. Daarnaast leidde hij uit de voorgaande discussie af dat we eveneens de controle moeten opvoeren op de bedrijven die de privacy zo ruim schenden.

Een tweede stemming over deze laatste stelling wees uit dat de meeste mensen in de zaal niet van gedacht zijn veranderd. De meerderheid is het nog steeds eens met deze stelling.

Last but not least, vestigde Johan Heymans als lid van de Liga voor Mensenrechten nog de aandacht op het gegeven dat Liga verschillende procedures heeft opgestart bij het Grondwettelijk Hof in verband met het recht op privacy. Zo worden o.a. de hernieuwde dataretentie-wet en de hernieuwde BOM-wet aangevochten.

Dit debat kaderde in onze debattenreeks over het thema: ‘Minder vrijheid voor meer veiligheid?’. Steeds meer maatregelen genomen in naam van veiligheid beperken onze vrijheid. Hoeveel vrijheid willen we opgeven voor veiligheid? En welke maatregelen garanderen de bescherming van beide? Via vijf debatten verspreid over heel Vlaanderen gaan we samen met politici, journalisten, experten en het publiek dieper in op dit thema.

In het voorjaar van 2018 publiceert de Liga voor Mensenrechten een rapport met beleidsaanbevelingen aan de overheden gebaseerd op de debatten.

Debat: Big Brother vraagt of u cookies accepteert Debat: Big Brother vraagt of u cookies accepteert Debat: Big Brother vraagt of u cookies accepteert Debat: Big Brother vraagt of u cookies accepteert Debat: Big Brother vraagt of u cookies accepteert Debat: Big Brother vraagt of u cookies accepteert Debat: Big Brother vraagt of u cookies accepteert Debat: Big Brother vraagt of u cookies accepteert Debat: Big Brother vraagt of u cookies accepteert Debat: Big Brother vraagt of u cookies accepteert Debat: Big Brother vraagt of u cookies accepteert Debat: Big Brother vraagt of u cookies accepteert Debat: Big Brother vraagt of u cookies accepteert Debat: Big Brother vraagt of u cookies accepteert Debat: Big Brother vraagt of u cookies accepteert Debat: Big Brother vraagt of u cookies accepteert Debat: Big Brother vraagt of u cookies accepteert Debat: Big Brother vraagt of u cookies accepteert